Ondersteuning

Zorg en advies voor leerlingen en ouders

Stappenplan zorg en advies

Het komt voor dat een groepsleraar het gevoel heeft dat een kind in de groep niet optimaal functioneert, of dat de toetsuitslagen achterblijven bij het gemiddelde niveau van de groep of dat een kind juist te weinig uitdaging ervaart binnen de basislesstof. Het zorgadviesteam (directie Karen Peters en Frans van Amerongen en intene begeleider Sonja Hoefs) hanteert in dit soort gevallen een 6-stappenplan om te kijken welke zorg het kind nodig heeft:

  • Stap 1 – signaleren. De eerste stap is dat de groepsleraar een probleem signaleert. Het kan ook zijn dat de ouders aangeven dat er iets mis lijkt te gaan.
  • Stap 2 – een goed beeld van de situatie krijgen. Om een beeld zonodig helder te krijgen, kunnen er gesprekken plaatsvinden met de ouders, de intern begeleider en eventueel de vorige leerkracht. Ook kan een diagnostisch onderzoek door de remedial teacher plaatsvinden.
  • Stap 3 – overgaan tot actie. Op basis van al deze informatie wordt een handelingsplan voor de leerling opgesteld. Dit handelingsplan kan bestaan uit een aangepast programma voor in de eigen groep en/of extra begeleiding door de remedial teacher. Ook is het mogelijk dat hulp van buitenaf wordt ingeroepen. Daarvoor is altijd vooraf toestemming aan de ouders gevraagd.
  • Stap 4 – volgen van de leerling. Alle leerlingen die extra begeleiding krijgen worden besproken in de leerlingenbespreking met de groepsleerkrachten van de onder- of bovenbouw.
  • Stap 5 – evaluatie en afwegen van mogelijkheden. Nadat een kind extra begeleiding heeft gehad, volgt een evaluatie. Is de begeleiding voldoende gebleken, is een vervolg nodig, of moeten er andere wegen bewandeld worden? De resultaten worden natuurlijk besproken met de ouders.
  • Stap 6 – doorverwijzen. Als een leerling naar een ander schooltype wordt doorverwezen, vindt dat plaats in gezamenlijk overleg met iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan de begeleiding. Na aanmelding bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) beslist deze commissie of een leerling wordt toegelaten tot een speciale school voor basisonderwijs. In deze situatie wordt een onderwijskundig rapport opgesteld door de leerkracht(en) in samenwerking met de intern begeleider (IB’er) en/of de remedial-teacher (RT’er).
Soorten hulpverlening

Er zijn twee typen hulpverlening: de interne, directe hulpverlening en de externe, indirecte hulpverlening.
De interne, directe hulpverlening wordt verricht door de medewerkers van de school: de leerkracht(en), het zorgadviesteam (de intern begeleider en de directeur) en soms ook de remedial teacher. De hulp van de remedial teacher vindt alleen plaats bij een leerrendement van minder dan 80%, is altijd van tijdelijke aard en zoveel mogelijk in groep.
Bij externe, indirecte hulpverlening wordt door het zorgadviesteam in overleg en met toestemming van de ouders hulp gevraagd van deskundigen van buiten. U kunt hierbij denken aan bijvoorbeeld:

  • schoolbegeleidingsdiensten/expertisecentra;
  • logopediste;
  • schoolarts;
  • ambulant begeleider van de speciale school voor basisonderwijs;
  • orthopedagoge.
Het zorgadviesteam besluit hiertoe, wanneer het leerrendement aanzienlijk minder is dan 80% en als zij bovendien over onvoldoende gegevens beschikt om een gepaste begeleiding vast te stellen. De gegevens waarover de school beschikt, worden dan aangevuld met de gegevens van het onderzoek van een extern deskundige. Na interpretatie van alle gegevens adviseert en ondersteunt de intern begeleider, de leerkracht bij het opstellen van een plan van aanpak voor een bepaalde periode), dat past binnen het beleid en de mogelijkheden van de school. Dit plan wordt met de ouders besproken en vervolgens in gang gezet. Na de periode wordt het resultaat gemeten en geëvalueerd en wordt besproken wat de vervolgstap is.
Indien uw kind niet of nog niet in aanmerking komt voor een dergelijk onderzoek en u wilt toch uw kind laten onderzoeken, zijn de kosten hiervan voor eigen rekening. Uiteraard vinden wij het prettig als wij hiervan op de hoogte zijn en als wij naderhand ook de gegevens van het onderzoek van u mogen ontvangen, zodat we ook op school het kind zo goed mogelijk kunnen begeleiden. Wanneer het onderzoeksverslag adviezen bevat ter begeleiding, zal de begeleiding buiten schooltijd en op kosten van de ouders plaats moeten vinden.

Het ontwikkel en interventieplan van school vindt u hier.

Leerlingenvolgsysteem

Aan het eind van de basisschool gaan alle kinderen naar het voortgezet onderwijs. Een belangrijke stap in de schoolcarrière van ieder kind en de keuze dient dan ook weloverwogen en zeer zorgvuldig te geschieden. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is het leerlingenvolgsysteem.
Het leerlingenvolgsysteem wordt gehanteerd vanaf groep 1. In de laatste leerjaren werken we steeds nadrukkelijker toe naar het vervolgonderwijs. Eind groep 6 wordt de Cito-entreetoets 6 afgenomen en eind groep 7 de Cito-entreetoets 7. Veelal volgt hieruit aan het begin van groep 8 al een voorlopig advies voor het vervolgonderwijs. De ouders kunnen zich dan al voorzichtig oriënteren op de mogelijke schooltypen.

De Cito-eindtoets wordt in februari in groep 8 afgenomen. Zodra de uitslag bekend is, wordt deze weer met ouders en kind(eren) besproken. De school geeft dan het definitieve advies. In dit advies worden niet enkel de schoolvorderingen meegewogen, maar ook zaken als aanleg en werkhouding.

Ook als de leerlingen onze school hebben verlaten, blijven we ze volgen. Als zij in de brugklas zitten en ook nog de jaren daarna houden wij contact met het voortgezet onderwijs over hun vorderingen en welbevinden. Op deze manier krijgen we een helder beeld of onze adviezen van destijds overeenkomen met de werkelijke mogelijkheden van onze leerlingen.

Leerlingendossier

Onderdeel van het leerlingenvolgsysteem is een aantal toetsen, een hulpmiddel om de vorderingen en ontwikkelingen van een kind in de gaten te houden. De toetsresultaten en andere voor een school relevante documenten over de kinderen worden bewaard in het leerlingendossier. De ouders die dit willen, kunnen het dossier inzien. Tijdens de rapportbesprekingen, die twee keer per jaar plaatsvinden, worden de ouders op de hoogte gehouden van de vorderingen.