Groep 5 en 6

Groep 5

Technisch lezen blijft ook in groep 5 belangrijk. Bij het schrijven wordt verder doorgegaan op spelling. De spellingsregels blijven tot en met groep 8 belangrijk en dit onderwerp komt dan ook regelmatig aan de orde, vooral de open en gesloten lettergrepen (‘kopen’ en ‘koppen’). Ieder kind houdt een spreekbeurt en een boekenbeurt.

De kinderen leren bewerkingen tot het getal 10.000. Zij automatiseren de tafels van 1-10.

Voor het eerst staan aardrijkskunde en geschiedenis op het lesprogramma. De onderwerpen in deze lessen sluiten aan bij de leefwereld van de kinderen. Vanaf deze groep krijgen de kinderen ook wekelijks huiswerk voor dictee.

Groep 6

Binnen het taalonderwijs wordt een begin gemaakt met grammatica (onderwerp en persoonsvorm, de zogenaamde zinskern). Ieder kind houdt een spreekbeurt. Ook houdt ieder kind een boekenbeurt over een leesboek naar keuze. Aan het eind van groep 6 hebben de meeste kinderen het technisch leesproces afgerond.

In groep 6 wordt er gerekend tot 100.000. Aan de orde komen cijferend rekenen, rekenen met geld, breuken, kommagetallen en meten.

Aardrijkskunde staat in het teken van de topografie van Nederland. Bij geschiedenis gaat het over de prehistorie, de Romeinse tijd en het begin van de Middeleeuwen. In het kader van zelfstandig werken – dat door de hele school heen wordt toegepast – leren de kinderen in groep 6 hun werk en hun huiswerk zelf te registreren en te plannen. Tijdens het zelfstandig werken heeft de leraar de mogelijkheid de kinderen die extra zorg of uitdaging nodig hebben te begeleiden.